| Werken met Human Capital: de integratie van
verschillen
Dit Seba-artikel werd gepubliceerd in het JM Journaal van
april 2001.
JM Journaal is het maandblad van Jong Management (VNO-NCW)
Reacties welkom bij Grethe van Geffen: g.vangeffen@seba-interim.nl
Wat
is de overeenkomst tussen allochtone en hoogbegaafde werknemers? Beide groepen werken
temidden van een meerderheid die in wisselende mate tolerant staat tegenover de
(vermeende) verschillen die hoogbegaafden en allochtonen met zich mee brengen. Het
daadwerkelijk benutten van hun Capital blijkt dan ook geen vanzelfsprekendheid te zijn.
Zij worden nogal eens geconfronteerd met gestelde normen waarin zij zich niet herkennen.
Zo
moeten allochtonen integreren. Daarover bestaat brede overeenstemming. Maar wie gaat praten over definities van
integratie merkt dat iedereen er wat anders onder lijkt te verstaan. Voor de een heeft het
met taal te maken, voor de ander met zelfredzaamheid, voor de derde met kennis over onze
vaderlandse geschiedenis, voor de vierde met in Nederland begraven willen worden en ga zo
maar door. Door al die definities is het niet gemakkelijk te bepalen wie geïntegreerd is
en wie niet, en wie op grond daarvan bv. in staat geacht moet worden te werken,
managementposities te bekleden of representatieve functies te vervullen, en wie (nog)
niet. Een serieuze studie van definities leidt tot twijfel of een autochtoon meer
geïntegreerd is dan een allochtoon. Het is bekend dat hoogbegaafden zich vaak niet
geïntegreerd voelen. Menigeen heeft zijn lidmaatschap van Mensa, de wereldwijde
vereniging voor hoogbegaafden, dan ook beschreven als thuiskomen.
Ook werkgevers leggen nogal eens het accent op integratie. Ze willen wel allochtonen in
dienst nemen als ze zich aanpassen. Deze houding leidt zelden tot een personeelsbestand
waarin verschillende groepen vertegenwoordigd zijn. Klachten over gebrek aan kwaliteit bij
solliciterende allochtone kandidaten zijn aan de orde van de dag. We willen wel,
maar
, is het motto. Toch zijn er bedrijven die allochtoon talent gemakkelijk
opsporen en benutten. Hoewel het nog onderzocht moet worden, durven wij vanuit onze
ervaring de bewering aan dat dit ook prettige werkplekken zijn voor hoogbegaafden.
Waarom
draaien we het plaatje niet om? Dan is een werkvloer vol diversiteit het uitgangspunt, en
betekent niet geïntegreerd zijn kortweg denken en praten in wij en
zij (wij Nederlanders tegenover zij Marokkanen, wij Turken tegenover zij
Surinamers). Als juist verschillen de standaard zijn, wordt het eenvoudiger om de
kwaliteit daarvan te benutten. Want al dan niet vrijwillige aanpassing vraagt altijd veel
energie, waardoor de prestatie vermindert. De
problemen van nieuwkomers binnen Nederlandse bedrijven zijn zelden problemen die door de
nieuwkomers zelf veroorzaakt worden. Het zijn bestaande, wellicht voorheen kleinere
problemen die door hun komst zichtbaar worden gemaakt. Zij hebben te maken met dat deel
van de organisatiecultuur dat sterk beïnvloed wordt door onze landscultuur. De komst van
mensen die anders zijn, legt een verschijnsel in onze cultuur bloot waar hoogbegaafden al
langer tegenaan lopen. Afwijken van de standaard is in Nederland een manier om je
ongeliefd te maken.
Nederland is, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, een cultuur waarin men het graag
opneemt voor de zwakkere. Welzijn is er belangrijker dan prestatie. In een dergelijke
cultuur wordt van de hoogbegaafde verwacht dat hij zich richt naar degene die voor hem
onderdoet. Excelleren is niet gewenst, omdat de zwakkere daarmee mogelijk
geconfronteerd wordt met de pijn van zijn onvermogen. De hoogbegaafde dient zich aan te
passen, ook als dit betekent dat zijn Capital daarmee onderbenut blijft. Allochtonen
daarentegen worden nogal eens gezien als de zwakkere, een object waarover men zich gaarne
ontfermt. Enerzijds worden fouten van allochtonen verdoezeld of ondersteund,
anderzijds worden hun kwaliteiten als die van een kind geprezen en beloond, zonder
gelijkwaardigheid als uitgangspunt te hanteren. Allochtonen kunnen dan ook moeite hebben
zichzelf neer te zetten als een stevige, serieuze kandidaat voor een functie, of, als ze
die functie eenmaal hebben, het voor elkaar te krijgen dat ze sec op hun kwaliteiten
beoordeeld worden.
De posities van allochtonen en hoogbegaafden op de werkvloer zijn twee kanten van dezelfde
medaille. Want in de verwachtingen naar allochtonen en hoogbegaafden toe staat déze
kernwaarde van de heersende Nederlandse cultuur niet ter discussie: dat we streven naar
een veilige standaard, zodat een redelijke consensus gewaarborgd blijft en er geen
conflicten optreden in onze bestaande samenwerkings- en overlegvormen. Onze cultuur is
geneigd afwijkende kwaliteiten en verschillen die als bedreigend worden ervaren, op te
offeren aan deze kernwaarde.
Noodzakelijk is een verschuiving van perspectief, van de
discussie over bescherming of aanpassing naar een visie op de inzet van verschillen ter
versterking van de elementen die wij in onze (organisatie)cultuur graag willen behouden.
Als we goede antwoorden vinden, zullen we niet alleen allochtoon of hoogbegaafd Human
Capital, maar Human Capital in al zijn diversiteit kunnen benutten. En dat is nog altijd
de beste manier om mensen langdurig aan een bedrijf te binden!
Herkent u als
manager vragen die in dit artikel gesteld worden, en wilt u graag weten waar u kunt
beginnen als u meer ruimte wilt creëren voor allochtonen en hoogbegaafden? Dan hebben wij
hier een paar concrete tips voor u.
- Neem
de cultuur van uw organisatie onder de loep met het oog op diversiteitsmanagement en
besluit indien nodig tot aanpassing. Wordt uw organisatiecultuur vooral beïnvloed
door de aard van uw huidige dienstverlening of product, of door de historie van uw
bedrijf, of door de cultuur van het land waarin u werkt c.q. de meerderheid van uw
managers en/of personeel uit afkomstig is? Het lijkt vanzelfsprekend dat de
organisatiecultuur van een bedrijf ondersteunend werkt aan de eisen die de dienstverlening
stelt, maar dat is lang niet altijd het geval. In een bedrijf dat streeft naar innovatie
kunnen afdelingsmanagers rondlopen die zich het meest op hun gemak voelen bij het
gemiddelde. Een expliciete organisatiecultuur die haar wortels vindt in het streven naar
continuïteit en goede dienstverlening werkt versterkend voor het benutten van divers
talent. Maar een overwegende invloed van de historie of de landscultuur werkt in de eerste
plaats versterkend voor oudgedienden en iedereen die daar een kloon van is.
- Neem
uw eigen beelden kritisch onder de loep. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid.
Managers die geen bewustzijn hebben van hun eigen beeldvorming, nemen geen rationele
besluiten ook al weten ze het nog zo goed te verkopen. Het is bijvoorbeeld bekend (en vrij
logisch) dat de meeste managers kandidaten benoemen die op henzelf lijken. Meestal vinden
ze van zichzelf dat ze het behoorlijk doen. Ze nemen dan ook geen risico door iemand te
benoemen die ze niet goed begrijpen, die de zaken weleens anders zou kunnen gaan aanpakken
of die niet overkomt. Voor het benutten van divers talent is het afzetten van
een gekleurde bril en het verbreden van de eigen blik een voorwaarde.
- Onderken
uw angst voor conflicten, en vergroot uw vaardigheden om daarmee om te gaan. Het
managen van een diversiteit aan personeel zal niet altijd volgens de idealen van het
poldermodel verlopen of, duidelijker geformuleerd: als de individuele verschillen
toenemen, neemt ook de kans op conflicten toe. Mits goed gemanaged, leidt dit tot meer
innovatie, creativiteit en verbeterde kwaliteit van besluitvorming, zo wijst
wetenschappelijk onderzoek uit. Mits goed gemanaged, drie woorden die nogal eens
worden overgeslagen in optimistische publicaties over diversiteitsmanagement.
In onze snel
veranderende samenleving kunt u bijna niet meer voorkomen dat u met die diversiteit op de
werkvloer te maken krijgt. Maar u hebt het wel in eigen hand of het een klaagverhaal wordt
over integratie en aanpassing of een succesverhaal van kwaliteit en verrijking. |